ZZPPensioenplanner
vbar zelfstandigenwet regelgeving schijnzelfstandigheid pensioen

VBAR en Zelfstandigenwet 2026: actuele status voor ZZP'ers

Statuspagina voor VBAR, rechtsvermoeden en Zelfstandigenwet. Stand per 1 juli 2026, met de financiële betekenis voor je pensioenplanning als ZZP'er.

Gepubliceerd: 13 maart 2026 Bijgewerkt: 1 juli 2026 Cijfers: 2026 Bronbasis: Tweede Kamer, Eerste Kamer, Rijksoverheid, Internetconsultatie en Officiële Bekendmakingen, gecontroleerd op 1 juli 2026

De oude VBAR, een plan voor regels over zzp-werk, is niet doorgegaan. In 2025 lag dat plan bij de Tweede Kamer. Het deel met uitleg over gezag is geschrapt. Wat overblijft, is een wet over het rechtsvermoeden. Dat betekent: je mag bij een laag uurtarief sneller stellen dat je werknemer bent. De Tweede Kamer nam die wet aan op 21 april 2026, de Eerste Kamer op 16 juni 2026.

De Zelfstandigenwet is iets anders. Dat is een apart plan voor regels over zelfstandig werken. Op de datum van deze pagina is dat nog geen aangenomen wet.

16 juni 2026
Eerste Kamer nam het rechtsvermoeden aan
Inwerkingtreding volgt pas op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip

Status in één tabel

OnderdeelStatus op 1 juli 2026Wat betekent dit nu?
VBAR verduidelijkingsdeelGeschrapt via nota van wijzigingDe tien criteria uit het oorspronkelijke voorstel zijn niet het nieuwe wettelijke kader.
Rechtsvermoeden bij laag uurtariefAangenomen door Tweede en Eerste KamerNog niet automatisch in werking. De wet noemt inwerkingtreding bij koninklijk besluit.
Tariefgrens rechtsvermoedenOfficiële uitleg gebruikt €38 per uur, peildatum 1 januari 2026Het eerste toepasselijke bedrag wordt na inwerkingtreding bij ministeriële regeling gegeven.
ZelfstandigenwetConcept en politieke afspraak, maar nog geen aangenomen wetRelevant om te volgen, vooral door de voorgestelde eisen rond AOV en oude dag.
Handhaving schijnzelfstandigheidLoopt sinds 1 januari 2025 weer volledigLos van de nieuwe wetgeving blijft de feitelijke arbeidsrelatie leidend.

Wat is zeker?

1. Het verduidelijkingsdeel van VBAR is eruit

De nota van wijziging van 10 maart 2026 past wetsvoorstel 36.783 aan. Het opschrift werd gewijzigd naar:

Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief.

Daardoor verviel het deel dat uitleg gaf over gezag. Het ging om de vraag wanneer iemand werkt “in dienst van” een werkgever. Officiële Bekendmakingen zegt ook dat artikel I, onderdeel A, vervalt. Dat was het VBAR-deel waar veel discussie over was.

2. Het rechtsvermoeden is door beide Kamers

De Tweede Kamer nam het gewijzigde wetsvoorstel op 21 april 2026 aan. De Eerste Kamer volgde op 16 juni 2026. Daarom is de status nu anders dan in maart. Dit is geen los kabinetsplan meer. Het is ook geen Kamerstuk meer dat nog wacht.

Maar aangenomen is niet hetzelfde als in werking. De Eerste Kamer-statuspagina zegt dat de wet pas start na een koninklijk besluit. Dat besluit noemt de startdatum. Het eerste bedrag komt later via een ministeriële regeling.

3. De officiële beleidslijn gebruikt €38 per uur

Rijksoverheid noemt zzp’ers met een uurtarief tot €38. Peildatum is 1 januari 2026. Het kabinet wil die groep sneller een sterkere rechtspositie geven. De Eerste Kamer-pagina gebruikt dezelfde grens. Daar staat: minder dan €38 per uur.

Daarom is dat nu de beste publieke grens. Voor je planning blijft één punt belangrijk. Het formele eerste bedrag komt pas via een ministeriële regeling.

4. Handhaving op schijnzelfstandigheid blijft los hiervan lopen

Rijksoverheid zegt dit in het bericht van 6 maart 2026. De Belastingdienst handhaaft weer volledig, en dat al sinds 1 januari 2025. Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand zzp’er lijkt, maar eigenlijk werknemer is. Als een zzp-relatie feitelijk een arbeidsovereenkomst is, telt dat. Dan kan de opdrachtgever alsnog loonheffingen moeten betalen. Rijksoverheid noemt ook arbeidsrechtelijke en pensioenrechtelijke risico’s.

Dit punt loopt vaak door elkaar. De nieuwe wet over rechtsvermoeden helpt vooral laagbetaalde werkenden. Zij kunnen hun positie sneller opeisen. De bestaande beoordeling van arbeidsrelaties loopt gewoon door. Die wacht niet op de Zelfstandigenwet.


Wat is nog voorgesteld?

De Zelfstandigenwet

De Zelfstandigenwet is in 2025 als initiatiefvoorstel in consultatie geweest. De consultatiepagina noemt twee toetsen:

  • een zelfstandigentoets, met onder meer werken voor eigen rekening en risico, administratie, ondernemersgedrag, een voorziening voor arbeidsongeschiktheid en een proportionele bijdrage voor pensionering;
  • een werkrelatietoets, met vrijheid van organisatie van werk, vrijheid van werktijd, geen hiërarchische controle en de bedoeling om niet op basis van een arbeidsovereenkomst te werken.

Het concept noemt ook een toetsingscommissie. Verder kan er per sector een rechtsvermoeden komen. Dat geldt dan voor sectoren met meer risico op schijnzelfstandigheid.

Dat klinkt concreet. Toch blijft het op deze datum voorstelwerk. Rijksoverheid zegt dat het kabinet de Zelfstandigenwet verder wil uitwerken. Daarna wil het kabinet de wet apart naar de Kamer sturen. De Tweede Kamercommissie SZW vroeg minister Aartsen op 25 maart 2026 ook om een tijdpad. Een aangenomen wet is het nog niet.

⚠ Niet vooruitlopen op de Zelfstandigenwet

Gebruik de Zelfstandigenwet niet alsof de regels al gelden. Je kunt er wel rekening mee houden in je planning. Het concept vraagt namelijk om een voorziening voor arbeidsongeschiktheid en pensionering.


Wat betekent dit financieel voor je pensioenplanning?

Boven de tariefgrens verandert je jaarruimte niet door deze wet

VBAR, het rechtsvermoeden en de Zelfstandigenwet veranderen je jaarruimte niet. Jaarruimte is het bedrag dat je fiscaal mag inleggen. Veel zzp’ers bouwen zelf pensioen op. Dat kan via lijfrente sparen of beleggen. Lijfrente is een eigen pensioenpot met fiscale regels.

Doe je nu al pensioeninleg? Dan is er geen reden om daarmee te stoppen. Niet alleen omdat de wetgeving beweegt. Je fiscale pensioenruimte staat los van de oude VBAR. Dat pakket is opgeknipt.

Bereken je jaarruimte 2026
Check hoeveel pensioeninleg je fiscaal kunt aftrekken
Ga naar tool →

Rond of onder €38 per uur moet je vooral naar je maandbudget kijken

Werk je rond de officiële beleidsgrens van €38 per uur? Dan is pensioenplanning geen los potje naast je arbeidsrelatie. Je tarief moet ook ruimte geven voor belasting, buffer, ziekte, vakantie en oude dag. Als dat niet lukt, is dat precies het signaal waar de wetgever naar kijkt.

Praktisch betekent dit:

  1. Bouw eerst een normale belastingreserve en noodbuffer op.
  2. Leg pensioeninleg niet zo hoog dat je bij een droge maand direct klem zit.
  3. Reken scenario’s door waarin een opdracht stopt, wordt omgezet naar loondienst, of via payroll loopt.
  4. Houd bewijs van je ondernemerspositie netjes bij: meerdere opdrachtgevers, eigen acquisitie, eigen risico, eigen tariefvorming.

Pensioeninleg is nuttig, maar lost geen schijnzelfstandigheid op. Een lijfrenterekening bewijst niet dat je arbeidsrelatie zelfstandig is.

Als je later werknemer blijkt te zijn, is je eigen pensioenpot niet automatisch weg

Een bestaande lijfrente of pensioenrekening verdwijnt niet door een andere status. Dat kan spelen bij één opdracht. Wel kan een oordeel over schijnzelfstandigheid gevolgen hebben. Denk aan loonheffingen, werknemersrechten en misschien een sectorpensioenfonds. Dat is een pensioenfonds voor jouw sector. Of dat geldt, hangt af van de sector, de fondsregels en de feiten.

Voor je planning is dit de veilige aanname. Eigen pensioenopbouw blijft relevant. Voorkom wel dubbele druk op je maandbudget. Zit je in een risicosector, zoals zorg, onderwijs, bouw of langdurige detachering in IT? Reken dan niet alleen met bruto omzet. Reken ook met minder opdrachten of ander inkoopgedrag van opdrachtgevers.

De Zelfstandigenwet kan pensioen belangrijker maken

Het concept van de Zelfstandigenwet noemt een proportionele bijdrage voor pensionering. Dat staat in de zelfstandigentoets. Het is nog geen geldende verplichting. De richting is wel duidelijk. Zelfstandigheid wordt sterker gekoppeld aan eigen risico dragen. Daar hoort ook financieel plannen bij.

Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Voor veel zzp’ers is vaste inleg in de derde pijler logisch. Denk daarnaast aan een aparte AOV of broodfondsachtige voorziening. Dat is verstandiger dan wachten op de minimale wettelijke eis.


Wanneer moet deze pagina opnieuw worden bijgewerkt?

Deze pagina moet opnieuw worden gecontroleerd bij één van deze gebeurtenissen:

  • publicatie van de wet in het Staatsblad;
  • publicatie van het koninklijk besluit met de datum van inwerkingtreding;
  • ministeriële regeling met het eerste bedrag voor het rechtsvermoeden;
  • indiening van de Zelfstandigenwet bij de Tweede Kamer;
  • nieuwe kabinetsbrief over het tijdpad van de Zelfstandigenwet;
  • nieuwe officiële uitleg van Belastingdienst, Rijksoverheid of KVK over de toepassing voor zzp’ers.

Tot die tijd is de praktische lijn simpel. Maak je pensioenplan met je huidige fiscale ruimte. Kijk ook naar je echte maandbudget. Houd rekening met het risico dat een opdrachtgever anders oordeelt. Politieke geruchten zijn te onzeker voor je pensioenplan.


Gebruikte bronnen

Aanvullend geraadpleegd: Taxence, Accountant.nl, ZiPconomy en ZZP Nederland.

Klaar om te beginnen?

Bereken jouw situatie gratis

Bereken je pensioengat, jaarruimte en vergelijk aanbieders. Gratis, anoniem.